Blogs Huib van Leeuwen
9 mei 2011
profilering
De gereformeerde basisschool in Leek heeft een Daltonlicentie gekregen. Daarmee heeft de school gekozen voor een specifiek onderwijskundig profiel, namelijk een gedeelde verantwoordelijkheid voor het leerproces. In het Nederlands Dagblad van 4 mei 2011 werd deze profilering verder toegelicht.
Is het denkbaar dat een gereformeerde school kiest voor een speciale profilering? Bijvoorbeeld een technasium, of een cultuurschool? Voor een gereformeerde school zou dat een merkwaardige keuze zijn wanneer je daarmee een deel van de kinderen van de directe achterban niet meer zou kunnen bedienen. De school in Leek gaat ervan uit dat de Daltonkeuze geen belemmering hoeft te zijn om voor deze school te blijven kiezen. "We geven kinderen wel vrijheid, maar binnen grenzen. Zo bepalen wij de leerstof, maar de kinderen maken uit wanneer ze dat gaan doen. Hoewel ze medeverantwoordelijk zijn voor hun eigen leerproces, moet het werk wel afkomen." Zo wil de school recht doen aan de uniciteit van ieder kind en de eigen mogelijkheden van elk mens.
Ooit heb ik geschreven: "De gereformeerde school profileert zich op een heel andere manier (dan door onderwijskundige keuzes, HvL). Ouders kiezen voor die school, omdat ze willen dat het onderwijs op school naadloos aansluit bij de opvoeding die zij thuis proberen te geven. Daarom kan een leerling niet gemakkelijk geweigerd worden. Er bestaat immers voor de ouders geen goed alternatief." (zie pag. 13 van mijn boekje Een kostbaar bezit, in 1999 verschenen in de reeks Woord en wereld).
Intussen is in het basisonderwijs het adaptief onderwijs geïntroduceerd en hebben we in het voortgezet onderwijs het studiehuis leren kennen. Scholen zijn op zoek naar effectieve onderwijsmethoden, die allemaal hun goede en minder goede kanten bleken te hebben. We moeten het als gereformeerde scholen niet zoeken in een exclusieve keuze; niet onderwijskundig en niet in onderwijsaanbod. Tegelijk kun je inzichten van anderen prima inzetten om goed onderwijs te blijven bieden.
De echt onderscheidende profilering van een gereformeerde school moet naar mijn overtuiging direct passen bij het mensbeeld dat we leren van de Schepper Zelf: elk mens is uniek! Veel gereformeerde scholen hebben dat in hun missie staan. Het is de moeite waard om dáár echt werk van te maken. Dat noemen we dan bijvoorbeeld een talentenschool, of talentvol onderwijs. Daar krijgt elk kind de ruimte om z'n eigen talenten te ontdekken en te ontplooien, naast het werken aan een diploma.
22 april 2011
een lekkere kop
Het ND toonde een goed gevoel voor aandacht trekken met een ‘lekkere kop' boven een nieuwsbericht over homo's: Première ‘Homo naast God' in Guido de Brès (ND, 20-04-2011). Hiermee wordt een verband gesuggereerd dat volgens het bericht helemaal niet blijkt te bestaan, maar waarmee je wel lekker de aandacht trekt. Alsof dat het belangrijkste is bij het presenteren van nieuws.
Het kabinet vindt homo-emancipatie nog steeds een belangrijk punt van aandacht, vooral voor jongeren. Het gaat daarbij om acceptatie van homo's en lesbiennes; ze moeten zichzelf kunnen zijn. Het moet normaal zijn om uit de kast te komen, ook op het werk, op school, op de sportclub of in de zorg (ND, 09-04-2011). In Amerika wordt de verbinding tussen homoseksualiteit en onderwijs ook gelegd. Op de openbare scholen in Californië wordt kennis van de homogeschiedenis mogelijk verplicht gesteld. Dat kan helpen vooroordelen en pesten te voorkomen. Het wetsvoorstel laat de scholen overigens vrij in de manier waarop deze aandacht wordt ingevuld (ND, 16-04-2011).
Binnen 2 weken driemaal een krantenbericht waarin het onderwijs en homoseksualiteit aan elkaar verbonden worden. Het zijn berichtjes in de marge, van nog geen 150 woorden. Inhoudelijk staat er niet veel in, maar de suggestie is duidelijk: het thema homoseksualiteit is niet meer weg te denken uit het onderwijs. Hoe gaat het intussen met het project "Homo in de Klas" van GRIP en Contrario?
Er zijn twee versies van de lesbrief. De versie voor havo/vwo is herzien en wordt dit jaar weer in veel derde klassen van de gereformeerde scholengemeenschappen gebruikt. Dit jaar is er ook een versie voor de vmbo-leerlingen. De doelstelling is niet om jongeren te stimuleren om uit de kast te komen. De gastles, waarbij een homo of lesbo in de klas komt vertellen hoe zijn of haar middelbare schooltijd was, maakt veel indruk. Deze aanpak zet leerlingen aan het denken door evenwichtige beeldvorming. Inderdaad: om vooroordelen te voorkomen. En om iemand die daar zelf aan toe is, de ruimte te bieden om uit de kast te komen zonder beschouwd te worden als een buitenbeentje of bang te hoeven zijn voor pesterijen.
We blijven inzetten op de inhoud en niet op gemakkelijke publiciteit. Daar kun je namelijk meer last van hebben dan dat het je doelstellingen versterkt. In Amersfoort wordt een theatervoorstelling opgevoerd die met het onderwijs niets te maken heeft. Een direct verband met de lesbrief van GRIP of met de school Guido de Brès is er niet. Het gezelschap heeft slechts een lokaal van de school gehuurd om daar de voorstelling te geven. Een beetje flauwe kop dus in het ND.
14 april 2011
onderscheidend
GRIP maakt werk van ontmoeting en verbinding binnen het gereformeerd onderwijs. De laatste jaren hebben we daarnaast de nodige contacten buiten onze eigen richting. Studiedagen van GRIP trekken ook collega's van reformatorische en PC-scholen. Het levert vaak goede ontmoetingen op met mensen die ik herken als betrokken christenen. Ik vind dat inspirerend. En het stimuleert me om te formuleren wat mijn diepe drijfveren zijn. Je begrijpt elkaar al snel, vanwege de gedeelde achtergrond. Tegelijk probeer ik ook te zoeken naar de verschillen. Wat maakt nu dat ‘mijn' school gereformeerd is en die andere niet?
In het Nederlands Dagblad werd onlangs (24 maart 2011) aandacht besteed aan een lokaal probleem. De kern van dat probleem staat in dit zinnetje uit de krant: ".. voor een deel van de ouders uit de Gereformeerde Gemeente in De Valk-Wekerom is de school (een christelijke basisschool, HvL) te weinig reformatorisch". Er wordt daarom onderzocht wat de mogelijkheden zijn om een reformatorische basisschool te stichten. Dat roept reacties op, want die ene basisschool die er nu is heeft een behoudend karakter en is aangesloten bij de reformatorische scholenkoepel. Er is dus interne concurrentie. Waar wringt de reformatorische schoen?
Desgevraagd geeft een adviseur als analyse dat het te maken heeft met verbondsbeschouwing: "Ouders hebben er moeite mee als hun kinderen op grond van de doop worden gezien als schaapjes van de Goede Herder". Die formulering trof mij en het maakte voor mij glashelder waar de verschillen liggen. Het gaat over ‘het verbond' en ‘de doop'. Wij mogen onze kinderen beschouwen als opgenomen in het verbond dat God met de gelovigen heeft gesloten. Die overtuiging is het fundament voor een gereformeerde visie op onderwijs en opvoeding. Dat fundament is dus nog altijd typisch gereformeerd.
Mij trof nog een detail in het bericht van 24 maart. Er is een commissie gevormd die het initiatief voor een nieuwe school verder onderzoekt. Deze commissie is "gevormd vanuit de kerkenraad". Door de kerkgemeenschap wordt dus het initiatief genomen om tot schoolstichting te komen. Die situatie herkennen we uit de beginjaren van de gereformeerde scholen. In de vijftig jaren daarna is er wel wat veranderd; we zijn die directe lijn tussen kerk en school wat kwijtgeraakt. De gereformeerde scholen hebben een meer eigenstandig bestaan gekregen. Naar mijn overtuiging gaat dat prima samen: scholen die organisatorisch los staan van de kerken en die toch voluit gereformeerd zijn in hun visie op onderwijs en opvoeding.
30 maart 2011
Een berichtje in de krant, het ND van 23 maart 2011: "Verbod op scheppingsles in Engelse scholen". Het is u wellicht ontgaan; het bericht heeft een redelijk groot ‘ver-van-mijn-bed' gehalte. Toch trof het mij, om twee redenen.
De eerste reden ligt een paar weken verder in het verleden. Toen ontmoette ik een oud-leerling van me, die al een aantal jaar in Engeland woont. Hij vertelde dat ze daar bezig zijn om uit te zoeken welke mogelijkheden er zijn om eigen onderwijs te blijven geven. Er lijken kansen te zijn om daarvoor zelfs geld van de overheid te krijgen. Ze zijn nu aan het uitzoeken wat daarvoor komt kijken, en hoe je de eigen identiteit kunt bewaren. Het is echt zo'n school zoals wij ze hier vijftig jaar geleden hadden: scholen die gesticht waren door ouders en waar die ouders elke maand diep voor in de buidel tastten. Dat vonden ze belangrijk, want het was de enige manier om gereformeerd onderwijs aan je kind te laten geven. Door mijn ‘toevallige' ontmoeting met een oud-leerling realiseerde ik me weer hoe bijzonder het is dat we hier in Nederland gereformeerde scholen hebben die volledig door de overheid betaald worden. We hebben daar trouwens ook een forse prijs voor betaald. Want de positie van de ouders is heel anders geworden dan toen er nog geen subsidie werd gegeven. Ze zijn in het beste geval een betrokken ouder, vaker nog een kritische consument. Je zou onze Engelse broeders en zusters bijna adviseren om dat geld van de staat maar te laten voor wat het is.
Het bericht trok ook mijn aandacht vanwege de inhoud van het bericht. De Engelse vrije scholen "hebben een behoorlijke vrijheid in wat zij onderwijzen", meldt het krantenbericht. Ik herken daarin onze vrijheid van onderwijs. Er worden free schools opgericht "met een onderscheidend christelijke identiteit die elk aspect van het leven op school doordringt". Dat levert officiële bezwaren vanuit de Britse samenleving op. De mensen achter de vrije scholen geloven de Bijbel, inclusief het scheppingsverhaal. Dus (?) zijn ze sceptisch over wetenschappelijke aannames. Dat is zorgelijk, want straks komen deze leerlingen op de universiteit en daar kun je niet uit de voeten met die achterhaalde denkbeelden. Andere initiatiefnemers die een free school willen starten, maken duidelijk dat het niet gaat om een wereldvreemde school. Er wordt niet alleen aandacht besteed aan creationisme, maar ook aan evolutionisme. Dat lijkt me de goede aanpak. We zijn immers niet van de wereld, maar we staan er wel middenin. Een eigen school biedt daarbij de kans om de Bijbel duidelijk aan het Woord te laten.
Ik wens mijn broeders en zusters ‘aan de overkant' veel wijsheid in hun afwegingen. En ook: veel zegen op hun werk. Dat wens ik ons hier in Nederland ook toe, trouwens. Kinderen vertellen hoe de wereld in elkaar zit: dat is de kern van onderwijs. Dat is het mooiste vak dat er is, wat de kranten je ook willen doen geloven.