Blogs Huib van Leeuwen

 

WAT EEN PLÁÁTJE!!

Het is leuk om foto’s te maken. Je kunt iemand er op een grappige manier mee vastleggen, of juist heel karakteristiek. Een pasfoto is bedoeld om je identiteit mee te bevestigen, bij douanecontrole bijvoorbeeld.
In gesprekken met een paar schoolleiders kwam bij mij het beeld van een groepsfoto naar boven. Dat is een manier om bijvoorbeeld een school in beeld te brengen. Je ziet allemaal individuen, en samen vormen ze een groep die iets uitstraalt. Enthousiasme! Of is het juist vermoeidheid? De omgeving doet er toe; daardoor worden bepaalde dingen geaccentueerd of juist gecamoufleerd.

       Hiernaast zie je een heel ander soort ‘groepsfoto’. Het zijn 20 gezichten van verschillende mensen. Ze zijn niet samen op de foto gezet; de aparte plaatjes zijn later naast elkaar gemonteerd. Het lijkt een wat toevallige compositie. De bedoeling wordt pas zichtbaar, wanneer je het grotere geheel bekijkt en een beetje meer uitzoomt.

Hieronder zie je wat meer van dat grotere geheel, met een zwart kader dat aangeeft waar de uitsnede hierboven vandaan kwam.

Zo wordt al wat meer zichtbaar van het geheel: een portret van een persoon. Diens identiteit wordt pas goed zichtbaar als je nog verder uitzoomt en je het hele beeld kunt overzien.

Zo werkt het ook met identiteit in een school. Elk individu heeft betekenis voor de identiteit van het geheel. Iedereen levert zijn bijdrage. Elk van de pasfotootjes is van groot belang, anders ontbreken er stukjes in het beeld. Zonder de docent als identiteitsdrager blijft het christelijke karakter van het onderwijs onzichtbaar. Tegelijk heb je elkaar nodig, om samen het totaalplaatje te vormen zoals de school zich naar buiten toe presenteert. Naast de pasfoto is ook de groepsfoto nodig om het beeld scherp te krijgen. Heb jij al een idee wie je in beeld krijgt wanneer je voldoende uitzoomt bij het plaatje dat voor dit verhaaltje werd gebruikt? Kijk hier om te zien of je het goed hebt geraden.

Huib van Leeuwen, 10 december 2013

 

vierde internationale conferentie
In de buurt van Toronto werd van 7 tot 9 oktober 2013 de vierde International Conference for Reformed Education (ICRE-4) gehouden. Opnieuw hebben schoolleiders van gereformeerde scholen uit Nederland, Canada, Australië en Zuid-Afrika elkaar ontmoet, vanuit de overtuiging dat we met hetzelfde werk bezig zijn binnen dezelfde kaders van het gereformeerde geloof. Het voegt veel toe wanneer je elkaar rond dat thema ontmoet juist vanuit verschillende situaties. Dat helpt om je met elkaar te bezinnen op de fundamenten en op de praktijk. In een sfeer van onderling vertrouwen kun je elkaar nieuwsgierig of ook kritisch bevragen. Het was bemoedigend, verbindend en uitdagend. Het was gezellig, boeiend en leuk. Kort samengevat: het was inspirerend!

focus op het kind
De onderwerpen voor deze conferentie waren vooral gekozen rond de leerling in de klas. Wie heb je eigenlijk voor je?”, was de titel van de openingslezing door Dr. Jason VanVliet. Hij besprak vragen rond het kindbeeld: beelddrager van God en geschapen met unieke mogelijkheden. Dr. Christine van Helen-Faber vroeg aandacht voor de technologische context waarin onze kinderen opgroeien. Dr. Ray Pennings presenteerde resultaten van een uitgebreid onderzoek onder jongeren, waaruit je conclusies zou kunnen trekken over het effect van gereformeerde scholen.

beeld van de praktijk
Op donderdag 10 oktober hebben we met groepen Nederlanders scholen bezocht, waardoor het beeld van de Canadese situatie verder werd scherp gesteld. Je ziet dan dingen die inspireren bij het maken van keuzes in je eigen situatie. Bijvoorbeeld: een lokaal waar duidelijk zichtbaar kernvragen hangen, die bedoeld zijn om de leerstof te verbinden met het geloof. Ze zijn daar in Canada veel explicieter mee bezig dan wij dat vaak doen. Waarom vind je het fijn om hier op school te zitten? Omdat we hier leren over God, die voor de schepping zorgt. Het tekent de sfeer waarin het onderwijs daar staat. Daar herkennen we veel in, en het helpt je kritisch na te denken over onze eigen praktijk.

belang van het verbond
Er wordt in Canada en Australië nadrukkelijk gesproken over de leerlingen als covenantal children en over de school als een covenantal school. Het verbond (Eng: covenant) staat centraal; heel herkenbaar vanuit onze gereformeerde traditie in Nederland. Sterker dan in Nederland wordt elders in de wereld (nog) vrij sterk een is-gelijk-teken gezet tussen school en kerk. Er is verschil in het beleid van toelating (leerlingen) en benoeming (medewerkers) in de scholen. Ondanks die verschillen herkennen we elkaar over en weer als gereformeerde scholen. Een belangrijke opbrengst van de eerste ICRE-conferentie (2004 in Lunteren) was de volgende gezamenlijke beschrijving:

“The reformed school has established to assist parents to fulfill their baptismal promises regarding the nurture of their covenantal children. Reformed education aims to equip the students to employ their talents in the service of God and His kingdom. The entire curriculum will be taught in obedience to the Holy Scriptures as confessed in the Three Forms of Unity.”

Deze beschrijving werd ook in 2014 met algemene instemming aangehaald.

(Huib van Leeuwen - 16 oktober 2013)

 

 

Passend onderwijs = goed onderwijs

Onderwijs anno 2013 is onderwijs waarbij er aandacht is voor de zwakken én de sterken. Naast alle aandacht die georganiseerd is voor ondersteuning van leerlingen van achterstanden en moeilijkheden, moeten we ook meer recht doen aan de leerlingen die meer kunnen dan het gemiddelde programma. Uitdagen en (laten) excelleren zijn intussen bekende begrippen geworden. 

Je kunt deze ‘opdracht’ aan de scholen zien als opnieuw een uitbreiding van wat de maatschappij van ons verwacht. De stapel wordt steeds hoger, en alles moet maar passen in de lerarenagenda. De ruimte in die agenda is niet groter geworden. En scholen hebben niet de ruimte om meer leraren aan het werk te zetten. Integendeel: in elke school zijn de effecten van bezuinigingen zichtbaar en voelbaar. 

Daarom vind ik het een geruststellende gedachte, dat er ook een nuchtere benadering bestaat. Dan vallen allerlei eigentijdse termen ineens op hun plek; het wordt geen onoverzienbare, groeiende stapel maar een mooi passend geheel. Alle dingen waarop nu gefocust wordt met termen als ‘passend onderwijs’, ‘handelingsgericht werken’ en ‘beter presteren’ zijn eigenlijk niets meer dan stukjes van het grotere geheel: goed onderwijs. 

Ik noem drie kernwoorden, als samenvatting van wat we al jarenlang doen in scholen. Voor goed onderwijs heb je overzicht, overtuiging en liefde nodig. Overzicht: je kent het vakgebied, beheerst het op hoog niveau en kunt uitleggen waar het over gaat en hoe je dat onder de knie kunt krijgen. Overtuiging: je hebt een beeld van de wereld waarin we leven en je kunt feiten en kennis daarin een waarde(n)volle plek geven. Liefde: je hebt oog voor je leerlingen en probeert elk te geven wat hij of zij nodig heeft. 

In onze gereformeerde scholen willen we onze overtuiging laten voeden en groeien vanuit de Bijbel. Je vak presenteren betekent dan ook: uitleggen wat het betekent dat we in Gods wereld leven. Dat is pas echt passend onderwijs: vormen van een nieuwe generatie zoals God dat bedoeld heeft. “Wijsheid begint met ontzag voor de Heer” (Spreuken 9 : 10).

Ik wens jou en je leerlingen een mooi schooljaar!

 Huib van Leeuwen, september 2013

 

Als je een vraag hebt, ga dan niet op zoek naar een antwoord, maar ga op zoek naar iemand met een soortgelijke vraag.

Deze intrigerende zin kwam ik tegen in een uitgave van de reeks onderwijsvernieuwing (februari 2013), over netwerkleren. Ik werd erdoor uitgedaagd om na te denken over de functie die GRIP vervult als identiteitsplatform. Pas nog vertelde een collega mij, dat ze blij was dat ‘jullie van GRIP’ zorgen voor goed materiaal, bijvoorbeeld voor de lessen over homoseksualiteit. ‘Dan hoef ik daar niet over na te denken en kan ik meteen met die lessen aan de slag’, zo vertelde ze.

Het is goed te horen dat het materiaal dat we maken, gewaardeerd wordt. Het is een functie die door de scholen bij GRIP is neergelegd: lesmateriaal ontwikkelen dat helpt om de gereformeerde identiteit van het onderwijs vorm te geven. Binnenkort gaat weer een nieuwe ronde van bestellen, produceren en leveren van start. Informatie daarover is te vinden op de website.

Met GRIP willen we ook steeds meer een netwerkfunctie vervullen. Mensen met elkaar in verbinding brengen en zo individuele groei bevorderen. Bij identiteit gaat het namelijk niet vooral om producten. Identiteit zit van binnen, in de genen van de organisatie en vooral: in het hart van de mensen. Het is mooi meegenomen wanneer je binnen het netwerk een antwoord kunt vinden op een vraag die je hebt. Maar het is veel meer waard wanneer je door die vraag met elkaar in gesprek raakt en tot een uitwisseling van gedachten komt die veel verder gaat dan een antwoord op een vraag.

GRIP organiseert studiedagen voor docenten. Ik hoor uit reacties van deelnemers, dat ze daar enthousiast over zijn. Niet zozeer vanwege de antwoorden die ze daar gekregen hebben, maar vooral vanwege de goede gesprekken met vakcollega’s. Je ontmoet daar mensen die met dezelfde vragen zitten als jij. Dat helpt je vooruit in je denken, dat brengt verdieping in je identiteit. En dat is mijn drive om me voor GRIP te blijven inzetten.

Huib van Leeuwen, mei 2013

 

NETWERKEN
Een belangrijke doelstelling van GRIP is: “docenten met elkaar in verbinding brengen over de mogelijkheden om de gereformeerde identiteit te verwerken in de inhoud van je vak”. Daartoe organiseren we studiedagen, en we brengen een docent die een concrete vraag heeft in contact met vakcollega’s. Kort gezegd: we bevorderen het ontstaan van docenten-netwerken binnen en tussen de gereformeerde scholen. 

Om ons heen ontdekken we steeds meer scholen en collega’s die, net als wij, zich in hun dagelijks werk willen laten leiden door Gods Woord. Er zijn verschillen tussen evangelische, gereformeerde en reformatorische scholen, en die verschillen moeten we ook niet gaan wegpoetsen. Wij hebben alle reden om vanuit onze gereformeerde traditie het Bijbelgetrouwe onderwijs op onze scholen te blijven invullen. Tegelijk zijn er ook veel overeenkomsten, op schoolniveau en zeker ook op individueel niveau. Alle reden dus om elkaar op te zoeken en om elkaar beter te leren kennen.

Vanaf 1 januari 2013 is formeel het I&K-netwerk gestart. Die naam is niet helemaal nieuw, want tot eind 2012 was er een I&K-platform. Die naam was verbonden aan een samenwerking tussen zeven christelijke VO-scholen en de christelijke Hogeschool in Ede (CHE). Vanaf nu is die samenwerking verbreed en werken er meer scholen samen, waar onder alle GRIP-scholen. Eigenlijk komt het erop neer, dat het GRIP-netwerk verbonden is met het I&K-netwerk, waardoor het bereik ineens veel groter geworden is.

Het netwerk kan veel gaan betekenen. Dat is mede afhankelijk van wat er te vinden is. Zeg maar: een markt voor christelijk onderwijs, waar docenten elkaar ontmoeten en waar ze ideeën en producten met elkaar uitwisselen. En ook een plek waar je geïnspireerd wordt om de verbinding tussen jouw christelijke identiteit en de inhoud van je vak te versterken.

Vanuit GRIP ben ik lid van de Regiegroep die het I&K-netwerk ondersteunt en aanstuurt. Het uitvoerende werk wordt gedaan door Roel van Swetselaar, de marktmeester van het I&K-netwerk. Zijn eerste werk is te zorgen voor een goede technische realisatie van het netwerk, in de vorm van een digitaal platform. Geïnteresseerd in de voortgang? Kijk eens op www.ikplatform.nl!

Huib van Leeuwen, januari 2013

 

Cruciale rol voor docent

Steeds weer kom ik het tegen, die sterke uitspraak over de docent. Hij (zij!) is de drager van de schoolidentiteit. Die rol is belangrijker dan welk visiedocument ook. Deze overtuiging ligt onder onze aanpak als GRIP. Natuurlijk is het mooi dat er materiaal ontwikkeld wordt, maar laten we vooral ook investeren in goede docenten. Zodat zij hun christelijk geloof kunnen vertalen in hun lessen.

Wat geldt voor docenten, geldt ook voor gastdocenten. Ik merkte dat onlangs bij het voorbereiden van een themadag voor ‘mijn school’, de GSR in Rotterdam. Daarover heb ik intensief contact met allerlei deskundigen van buiten de school. Het is nodig om vooraf goed met elkaar af te stemmen welke doelen je wilt bereiken en welke middelen daarvoor kunnen worden ingezet. Daar hoort ook de inhoud bij: de boodschap die je wilt overbrengen en het kader waarbinnen je dat wilt doen. Wij bepalen vanuit de school het programma; daar kan iemand van buiten de school een heel waardevolle inbreng bij leveren, vanwege een specifieke deskundigheid.

Wat geldt voor een themadag, geldt ook voor de gastles in het project “Homo in de klas”. Je haalt iemand van buiten de school in, om zijn of haar specifieke deskundigheid of ervaring in te zetten. En dat gebeurt dan binnen de kaders die je voor jouw school hebt vastgesteld. Wij vinden het belangrijk dat leerlingen beseffen dat het over mensen gaat, wanneer we het over homoseksualiteit hebben. Tegelijk is ons kader dat we onze leerlingen willen leren om bij levensvragen altijd ook de Bijbel open te doen. Dat bespreek ik in voorkomende gevallen dus ook met een gastdocent die als homo in de klas gaat.

Er zijn ook andere beelden over die gastlessen. Onlangs kwam Feike ter Velde in het nieuws, met een kritisch geluid hierover. Ik citeer: “De lijdzaamheid van christenen gaat nu al zo ver dat christelijke homogroepen een lespakket aanbieden aan scholen. Goed bedoeld, maar principieel onjuist. Zijn ouders niet zelf in staat hun kinderen moreel besef bij te brengen? (…) ik zou mijn kind niet onder het gehoor van een homo-les willen brengen door een leerkracht die ’s zaterdags nog stond te joelen aan de Amsterdamse grachten en dat misschien voor de klas met foto’s en filmpjes gaat promoten.” (klik hier voor het hele verhaal).

Een gastdocent behoort zo op te treden dat de schoolidentiteit daardoor niet ondergraven maar juist versterkt wordt. Daarom is zo’n gesprek vooraf zo cruciaal!

Huib van Leeuwen / 14 november 2012

 “Ik ben slimmer dan al mijn leraren”.

Stel je voor, dat een geslaagde leerling zo’n tweet de wereld in zou sturen. Je zou het als school niet erg op prijs stellen. Het voelt toch een beetje als diskwalificatie van het lerarenkorps. En het is op z’n minst wat verwaand en pedant van zo’n leerling. Natuurlijk komt het voor dat een leerling met vlag en wimpel slaagt. Er zijn glanzende cijferlijsten waarmee leerlingen hun middelbare school afsluiten. Briljant, excellent! Maar zelfs dan is zo’n uitspraak ongepast. Je hebt toch het nodige te danken aan de school en aan je leraren.

Ik kwam het gewraakte zinnetje echter niet tegen op Twitter. Ik bedacht het naar aanleiding van wat ik in Psalm 119 vond: “Ik ben verstandiger dan al mijn leermeesters”(vers 99). Toen ik dat vers las, raakte het mij. Wat een uitdagende uitspraak; de Bijbel zet echt aan tot nadenken. Want als ik in een Psalm zo’n regel tegen kom, dan zal ik die serieus moeten nemen. Ik kan het niet afdoen als hoogmoedige praat van een zelfgenoegzame, geslaagde leerling. Gelukkig heb ik geleerd om een Bijbeltekst altijd in z’n verband te laten staan. Daaruit wordt al snel duidelijk, wat hier het punt is dat de dichter wil maken. “Ik ben verstandiger dan al mijn leermeesters, want ik overdenk uw richtlijnen. Ik heb meer inzicht dan ouderen, want uw regels volg ik op.”

Nu sta ik er plotseling heel anders in. Die tekst, die eerst zo irritant leek, blijkt nu precies aan te geven waarom ik mij wil inzetten voor onderwijs waarin Gods Woord het licht is op de weg. Wat zou ik graag willen dat elke leerling die de school verlaat, ook juist díe wijsheid heeft meegekregen. Natuurlijk: een diploma is ook mooi. En terecht maakt elke school werk van goede opbrengsten in de zin van eindcijfers en slagingspercentages. Maar het bestaansrecht van een gereformeerde school is toch allereerst dat leerlingen ook in hun schoolwerk hun God betrekken. Dat ze steeds meer leren beseffen dat in het kennen en dienen van de Heer echte wijsheid blinkt.
Huib van Leeuwen, voorzitter GRIP, 4 oktober 2012

REMIX: de laatste ronde
De dagopening is een van de momenten waarop je als docent op een gereformeerde school kunt laten merken wat het voor jou betekent dat je christen bent. In opdracht van de vier scholen heeft GRIP daarvoor materiaal gemaakt: Remix, een serie van vier boekjes die elk voldoende stof bieden om een jaar lang de dagopening in te vullen. Niet iedereen is gelukkig met die ‘methode’. Sommigen vinden het niveau ongeschikt voor de klas die zij voor zich hebben. Anderen vinden de taal van Remix niet passen bij de manier waarop zij zelf met de Bijbel willen omgaan. En na twee keer 4 jaar zijn de boekjes ook wel een beetje gedateerd geworden.

Een belangrijk project voor GRIP dit jaar is het ontwerpen van een heel andere aanpak voor de dagopening. Daarvoor hebben we belangrijke input van heel veel collega’s. Zij deden mee aan het gebruikersonderzoek over dagopeningen en Remix en gaven daarmee waardevolle informatie voor een frisse aanpak. Eén ding verandert niet: we willen vanuit de Bijbel de dag beginnen. God heeft ons alles te zeggen en het is goed om de tijd te nemen om daarnaar te luisteren. Er zal weer per week een rooster gemaakt worden, waarmee structuur wordt aangeboden om uit de Bijbel te lezen. We hebben Evert Jan Hempenius (theoloog en docent) bereid gevonden om daar een centrale rol in te spelen. Hij maakt het leesrooster en collega’s van verschillende niveaus uit de scholen maken het compleet met aanwijzingen en opdrachten voor een gesprek daarover met de leerlingen.

Daar omheen wordt materiaal gemaakt om leerlingen op een eigentijdse manier te benaderen. Ze zijn gewend om informatie te krijgen via moderne media; daar willen we op een gepaste manier bij aansluiten. Een team van vier collega’s uit de verschillende scholen werkt daar hard aan. Zij hebben met elkaar zicht op alle niveaus van onderwijs die aangeboden worden. Zo wordt materiaal ontwikkeld dat past in de hedendaagse praktijk op school: leren en werken ‘met de computer’. Er worden geen boekjes geschreven; het materiaal dat gemaakt wordt zal digitaal beschikbaar komen. Met daarbij natuurlijk de mogelijkheid om het zelf toe te passen op de manier die aansluit bij jou als persoon en bij de groep die je vandaag voor je hebt, rekening houdend met de verschillen tussen de diverse niveaus.

Ik ben blij met deze ontwikkeling. We werken op onze scholen op de basis van Gods Woord. Het is goed dat Zijn Woord elke dag klinkt aan het begin van de dag.En het is gaaf dat we dat kunnen doen op een manier waarmee we onze jongeren van 2012 bereiken.

Een gezegend nieuw schooljaar gewenst!

Huib van Leeuwen, voorzitter GRIP, 3 september 2012



Geloven in Leidinggeven


Leidinggevenden heb je in alle soorten binnen het onderwijs, van vestigingsdirecteur tot teamleider. Er zijn heel wat verschillen in de aard van het werk en in de hoeveelheid mensen aan wie je leiding geeft. Maar een ding hebben al deze schoolleiders gemeenschappelijk: hun agenda zit vaak behoorlijk vol en de ruimte die er is, wordt ruimschoots ingevuld door allerlei besognes die bij de dagelijkse praktijk horen. Toch wil je ook de verbinding blijven houden met je diepere drijfveren en inspiratie. Hoe kun je dat organiseren?

GRIP organiseerde op 30 maart de eerste ‘balansdag’ voor schoolleiders van de gereformeerde VO-scholen. De bedoeling was om collega’s bij elkaar te brengen met een programma waarin drie elementen verwerkt zijn: ontmoeting, verdieping en bezinning. Vijftien deelnemers kwamen naar “De Werelt” in Lunteren. Ze kwamen overal vandaan: van Groningen tot Rotterdam, ja zelfs uit Australië. Met elkaar hebben we een mooie dag gehad. Voor sommigen was het de eerste kennismaking met collega’s van de andere scholen; het bleek een prettige ervaring te zijn. In het programma zat spiritualiteit (dat Engelse woord geeft het mooi weer: devotions) en ook praktijk. Intervisie bleek een krachtige manier om het met elkaar over de praktijk te hebben. Juist door de collegiale setting leverde het veel op: bruikbare tips om verder te komen met een lastige kwestie in je werk.

Binnen de vier gereformeerde scholengemeenschappen zijn meer dan veertig leidinggevenden aan het werk. Het is de bedoeling van GRIP om ook voor al die anderen de mogelijkheid van een ‘balansdag’ te bieden. Belangstelling? Meld het bij het secretariaat van GRIP of neem direct contact op met de projectleider van Geloven in Leidinggeven, Huib van Leeuwen.
(Huib van Leeuwen, 5 april 2012)


Homo in de klas – het effect

Ik heb nog even getwijfeld: zal ik wel gaan, nu het weer zo akelig is? En ga ik dan met de trein, terwijl er allerlei wisselstoringen zijn? Of kies ik voor het alternatief: met de auto het centrum van Utrecht binnendringen – ook geen pretje. Contrario zou ergens in de binnenstad, samen met twee andere christelijke homo-organisaties, de resultaten presenteren van een effectenonderzoek. Het ging ook over onze lesbrief “Homo in de klas”. Dat gaf de doorslag; ik besloot toch te gaan.

De organisatie had gekozen voor een prettige manier van presenteren. Drie leerlingen van het vmbo werden gevraagd naar hun ervaringen. Ze vonden het heel nuttig om in de klas te praten over homo’s en lesbiennes (‘zo heet dat toch?’). Het had geholpen om hun beeld eerlijker te krijgen, want tot dan toe werd dat beeld vooral bepaald door wat je erover op TV ziet: ‘Gordon, en Gerard Joling’. Ze waren er nu wel achter dat echt niet elke homo zich op die overdreven manier presenteert. Daarbij had vooral de gastles geholpen. Even goed was het nog een hele bijzondere ervaring om er deze middag bij te zijn. Tussen zoveel homofiele mensen, dat was iets wat ze niet eerder hadden meegemaakt. Eerlijk gezegd viel het ze mee; ‘het zijn eigenlijk heel gewone mensen’, liet een van de meisjes zich ontvallen.

De docent was er ook bij. Zij vertelde dat ze ook voordat de lesbrief er was wel aandacht aan het onderwerp besteedde. Wat dat betreft was er niet zoveel veranderd. Maar ze vond het wel heel goed dat er nu breder binnen de school aandacht voor is, ook bij haar collega’s. Want deze lessen worden niet gegeven door de godsdienstdocent, maar door de mentoren van de diverse klassen. Er wordt nu dus veel meer over gepraat in het docententeam. Je bereidt het met elkaar voor, je wisselt ervaringen uit, je bespreekt samen vooraf met de gastdocent (de ‘homo in de klas’) wat je verwacht. En natuurlijk: ook op andere momenten van de schooltijd wordt er over (homo)seksualiteit gepraat, bij biologie, bij verzorging en bij godsdienst. Dat was al zo en dat is zo gebleven. Het project “Homo in de klas” is een waardevolle aanvulling.

Ik ben blij dat ik geweest ben, ook al kon ik niet het hele programma meemaken. De conclusies zijn positief: er verandert iets in het klimaat op een school door deze aandacht voor – nee: niet het onderwerp, maar deze medemensen. Er groeit meer begrip en respect en daarmee hopelijk ook steun en warmte. Er blijven heel wat vragen staan, maar er is meer ruimte om het er samen over te hebben. Dat is denk ik de grootste winst!
(Huib van Leeuwen, 7 februari 2012)

GEEN GELOOFSDWANG

Geloofsopvoeding is een complex onderwerp. Als gereformeerde mensen voelen we ons thuis bij noties als “kinderen opvoeden in de vreze des Heren”, vergelijk Bijbelgedeelten als Deut. 6 en Psalm 78. Onlangs was ik nog bij een avond waar mensen uit een kerkelijke gemeente bij elkaar waren rond het thema. Er was aandacht voor hoe je als ouderen je verantwoordelijkheid kunt invullen. Tegelijk klonk het besef: de Geest moet het doen, wij kunnen onze kinderen het geloof niet geven. Op zo’n avond past mooi het samen zingen van Psalm 138:4 “Verlaat niet wat uw hand begon, o levensbron, wil bijstand zenden”. En toen las ik een aangrijpend persoonlijk verhaal in het Nederlands Dagblad (14 januari 2012), door de redactie voorzien van de uitdagende kop “Geloofsdwang leidt tot niets”.

Ik vind het verhaal aangrijpend, vanwege een aantal heel persoonlijke ontboezemingen. Dat verklaart de anonimiteit waarvoor de schrijver koos. Hij beschrijft zijn eigen jonge jaren, de keuzes die hij maakte en het besef (achteraf?) dat hij zich daarbij wel heel sterk liet leiden door wat er van huis uit van hem veracht werd. Ongewild ging hij op een soortgelijke manier om met z’n eigen kinderen. Uiteindelijk – en pijnlijk, doordat sommige kinderen andere keuzes maakten – kwam hij tot het inzicht dat hij op een dwingende manier de weg gewezen had, met averechts resultaat. Dat inzicht deelden zij (hij, samen met zijn vrouw) met hun kinderen. Daardoor herstelde de onderlinge relatie en het vertrouwen van de kinderen in hun ouders. “Wat ik met mijn geschiedenis duidelijk wil maken, is de impact die een op kerkelijk gebied dominante vader heeft op zijn kinderen. Die is in mijn verhaal tweeledig: kinderen die zich verzetten ten koste van de relatie en kinderen die hun vader volgen omwille van de relatie. Beide geven spanning, soms een leven lang!”.

Al lezend struikelde ik ook nog over een detail; ik citeer: “Ze moesten twee keer mee naar de kerk, moesten naar catechisatie, naar een christelijke school (met slecht onderwijs!)”. Dat ook nog dus; gedwongen naar de christelijke school omdat dat hoorde, terwijl het onderwijs er kennelijk niet op orde was. Een gereformeerde school heeft naar mijn overtuiging veel recht van bestaan; maar daar hoort bij dat de kwaliteit in orde is, in alle opzichten. Goed onderwijs, met ruimte voor individuele ontwikkeling en met goede resultaten. En ook onderwijs waar het kind wegwijs gemaakt wordt zonder het de eigen verantwoordelijkheid af te nemen.

De anonieme vader verwijst naar de gelijkenis van de vader die twee zonen had. De ene, de losbol, kiest ervoor om de wereld in te trekken en alles te doen wat God verboden heeft. De vader geeft hem de ruimte, en intussen blijft hij wachten op z’n terugkeer. Hij staat klaar om hem op te vangen, met open armen en een groot hart. De andere, de braverik, doet wat van hem gevraagd wordt; maar hij doet het zonder overtuiging, zonder liefde. Wie van deze twee, denk je, heeft – uiteindelijk – gedaan wat zijn vader zo graag zag gebeuren?
(Huib van Leeuwen, 17 januari 2012)

HOGE VERWACHTINGEN
Heb je vanmiddag een half uurtje tijd voor me? Ik wil het graag even met je hebben over je werk. En dan vooral, hoe je onze gereformeerde identiteit uitdraagt naar de leerlingen. Ik ben bezig met een document voor de Raad van Toezicht, en jij als docent moet natuurlijk wel weten wat daarin staat. Want als jij niet op die manier werkt, ja dan komt er natuurlijk niets van terecht. We kunnen dan meteen even kijken naar de resultaten van het examen, want binnenkort moeten we weer nieuwe gegevens plaatsen in de Vensters voor Verantwoording. Naar buiten toe moeten we wel uitleggen waarom we bij jouw vak maar matig scoren. En graag ook wat afspraken over de lessen die je binnenkort weer moet geven, met Homo in de klas. De politiek heeft nu ook besloten dat we daar goed aandacht aan moeten geven.

Er wordt veel van je verwacht. Natuurlijk heeft de school een maatschappelijke functie. We willen graag bijdragen aan een samenleving waarin mensen elkaar met respect behandelen. Dat gaat niet vanzelf; respect is een deugd, waarvoor je veel moet oefenen. De school is daarvoor niet de enige plek, maar wel een belangrijke. Voor gereformeerde scholen geldt dat ook. Aandacht voor respect is niet typisch gereformeerd, en toch: vanuit ons christelijk geloof krijgt het begrip een diepere lading. Dat christelijk fundament moeten we in ons onderwijs vooral ook concreet benoemen (bijvoorbeeld als het gaat over respect voor iemand die homoseksueel geaard blijkt). Tegelijk blijven de Bijbelse normen over seksuele moraal voor iedereen gelden. Dat zal moeten blijken uit fundamentele documenten, in de lespraktijk en ook in de praktijk van bijvoorbeeld personeelsbeleid.

Er wordt veel van je verwacht. Onze scholen heten gereformeerd. De betekenis daarvan is niet altijd direct zichtbaar, bijvoorbeeld in het onderscheid met een evangelische of een reformatorische school. Ook daar willen mensen op het fundament van de Bijbel met hun werk bezig zijn. Dat is een belangrijke gemeenschappelijke drive. Steeds vaker ontmoeten collega’s elkaar ook als broeders in de Here, waarbij de kerkelijke diversiteit en gescheidenheid pijnlijk ervaren kan worden. Van die gezamenlijkheid geniet ik en het bemoedigt vanuit de wetenschap: er is een bredere steun voor echt Bijbelgetrouw onderwijs. Daarnaast ervaar ik ook de rijkdom van ons gereformeerde gedachtengoed, waarvan ik als centraal punt het G-woord zou willen noemen: GENADE. Dat wonder van Gods reddingsplan koesteren we als kern van de gereformeerde traditie.

Er wordt veel van je verwacht. Gelukkig sta je er niet alleen voor. Zoek je persoonlijke inspiratie bij God, laat je steeds weer vollopen met zijn Geest. Geniet van je werk. Daarbij wens ik je net zulke fijne collega’s toe als ik dagelijks tegenkom in onze scholen. Samen komen we verder!

Huib van Leeuwen (22 november 2011)


RESETTING THE DIAMOND
Het lag in een oud doosje in een la van het bureau van zijn grootvader: een zwart uitgeslagen ringetje. Ze vond het nooit echt bijzonder; alleen het idee dat het door iemand uit haar voorgeslacht gedragen was weerhield haar ervan om het weg te gooien. Tot ze het nog weer eens pakte en ze getroffen werd door het stukje glas dat in het sieraad gevat was. Uit nader onderzoek bleek het een heuse diamant te zijn. Via wat relaties vond ze een adresje waar ze het verouderde en vervuilde zilver ruilden voor een fonkelnieuw exemplaar. De diamant werd netjes overgezet en het resultaat was prachtig: een ring die direct de aandacht trekt van iedereen. Zo werd een onaanzienlijk en vergeten diamantje weer de moeite waard.
Zo’n soort reset voltrekt zich mogelijk dezer dagen in de boezem van het gereformeerd onderwijs. Jarenlang – om precies te zijn: 60 jaar – speelt het LVGS een belangrijke rol bij de invulling van dat kostbaar bezit dat we hebben: eigen scholen waar onderwijs gegeven wordt naar de leer van de gereformeerde kerken. Op 10 oktober 2011 was de reset een feit. De ledenvergadering bevestigde de overgang naar de nieuwe structuur door de benoeming van een voorzitter: Jan Westert. Volgens sommigen krijgt hij een onmogelijke klus mee; in z’n eentje de belangen van de gereformeerde scholen behartigen bij de overheid en in allerlei netwerken.

Ik zie vooral ook een kans in deze ontwikkeling. De diamant, dat is ‘het gereformeerd onderwijs’. De setting ervan verandert; eigenlijk moet je zeggen: is al een tijdje aan het veranderen. Belangrijk is, dat de diamant goed gevat is in een structuur. Daarmee gaat het niet om die structuur zelf, maar nog steeds om de diamant. Het LVGS als netwerkorganisatie, dat sluit mooi aan bij dat beeld van een ring: verbinding maken, op allerlei manieren, om zo die prachtige diamant te laten schitteren. Bij die taak wens ik Jan Westert graag alle goeds en bovenal Gods zegen!

Huib van Leeuwen (3 november 2011)



ROOMSER DAN DE PAUS?

Het voelde symbolisch: maandag 15 augustus 2011 was de eerste dag na mijn zomervakantie dat ik weer naar school zou gaan, om de draad van het werk te gaan oppakken na een aantal weken van rust. 's Morgens bij het ontbijt pakte ik het ND van die dag, en ik ontwaarde in de hoek van pagina 1 een bericht met als kop "Pleidooi voor triangel gezin – school – parochie". De eerste zinnen van het bericht schudden mij direct wakker: "Gezin, school en kerk moeten een eenheid vormen. Deze 'triangelgedachte'- die vaak is gebruikt om de noodzaak aan te tonen van christelijk onderwijs – moet in rooms-katholieke kring nieuw leven worden ingeblazen." Ik stopte even met lezen en bedacht dat er in plaats van rooms-katholiek ook best 'gereformeerd' had kunnen staan. Het beeld van de triangel wordt immers geregeld genoemd als een beeld dat ooit paste bij gereformeerde scholen, maar in deze tijd – zegt men – is dat beeld toch behoorlijk achterhaald. Men wijst dan op ontwikkelingen binnen de kerken, en op allerlei afwegingen die ouders maken als ze een school voor hun kind kiezen.

Ik lees verder: "De samenleving stelt niet alleen 'wat-vragen' maar ook 'waarom-vragen' (..). En het is belangrijk dat die op school vanuit een onversneden katholiek-christelijk perspectief worden beantwoord, omdat de antwoorden alleen buiten de mens zelf gevonden kunnen worden. Kinderen hebben een stevig kader nodig waarop ze te allen tijde kunnen terugvallen (...). Daarvoor is een goede samenwerking nodig tussen een degelijke katholieke thuisomgeving, de parochie en de school. Als een van deze drie het laat afweten, wordt het moeilijk het kind dat kader te geven." Aan het eind van het bericht staat de conclusie dat er juist nu dringend behoefte is aan scholen "waar daadwerkelijk katholiek onderwijs gegeven wordt door daadwerkelijk katholieke leerkrachten". In gedachten vervang ik viermaal het woordje 'katholiek' door 'gereformeerd', en ik zeg hartgrondig amen! op deze tekst. De triangel klinkt kennelijk toch eigentijdser dan wel beweerd wordt.

Onbewust leverde die krant een bijdrage aan de start van een nieuw schooljaar. Het hart van de bijzondere school klopt bij de docent en zijn collega's. Elke medewerker heeft z'n eigen rol en kansen. Op die kwaliteiten zetten wij in met onze GRIP-activiteiten. Ik wens ons toe dat we elkaar weten te vinden en dat we elkaar kunnen bemoedigen vanuit onze gezamenlijke inspiratie.

Huib van Leeuwen (30 augustus 2011) 


Gereformeerd kan niet zonder kerk

Er is een belangrijke discussie opgerakeld door het Nederlands Dagblad. Daar werd op 24 juni een interview afgedrukt met twee collega's van HAAL (een cluster van gereformeerde PO-scholen in Hilversum, Amersfoort, Almere en Leusden). Jan Overweg is daar de bestuurder. Hij werkt aan een inhoudelijk document om de identiteit van de scholen te beschrijven. Dat geeft naar zijn overtuiging een betere basis voor de gereformeerde identiteit dan het simpele criterium van kerklidmaatschap. 
Ik snap de redenering die hieronder ligt wel. Gereformeerde scholen zijn begonnen vanuit de Gereformeerde Kerken vrijgemaakt. In de tijd tussen 1950 en 2011 is er nogal wat gebeurd op het kerkelijke erf. We hebben een beweging gemaakt van herkenning en erkenning, waardoor er van kerkelijk exclusivisme geen sprake meer is (voor zover dat ooit wel het geval is geweest). Als gevolg van die kerkelijke ontwikkeling staat er geen sterk is-gelijk-teken meer tussen de gereformeerde school en de Gereformeerde Kerken vrijgemaakt. 

En toch: het is een ontwikkeling waarmee we ons nog altijd op het kerkelijke erf bevinden. Nauwkeuriger geformuleerd: op het gereformeerde kerkelijke erf. Het is niet eenvoudig om (kort) te omschrijven wat je bedoelt met 'gereformeerd'. Voor mij staat wel als een paal boven water, dat je niet gereformeerd kunt zijn zonder je verbonden te weten met 'de kerk van alle tijden en alle plaatsen'.

Wanneer je wilt staan 'in de gereformeerde traditie', dan ben je lid van een kerk die in die traditie staat en dan maak je daar in je leven ook echt werk van. Dat mag je zeker verwachten van iemand die actief wil meewerken aan gereformeerd onderwijs. En dus is het logisch om van een medewerker te vragen dat hij belijdend en meelevend lid is van een gereformeerde kerk.

Ik voel me daarom goed thuis bij de herinnering die Jan van der Steeg oproept in zijn reactie in de krant van 29 juni. Hij verwijst naar een uitspraak die de Raad van State deed in de vijftiger jaren, als onderbouwing voor de aparte gereformeerde richting in het onderwijs. "Met deze formulering werd aangegeven dat niet alleen het kerklidmaatschap doorslaggevend is, maar dat ook de leer van de kerk een belangrijke richtinggevende factor is", zo schrijft mijn oud-collega.

Daar ligt de verbinding met de gereformeerde traditie, of met het gereformeerd belijden. Daar hoort de visie op verbond en doop ook bij. In dat opzicht moet collega Overweg nog maar eens goed nadenken, voordat hij dingen vastlegt of juist niet vastlegt in zijn identiteitsdocumenten.

Huib van Leeuwen (30 juni 2011) 

getwitter

Twittert u al? Er zijn mensen die er heel wat tijd aan lijken te besteden. Het past helemaal bij deze tijd; je hoort er echt bij, als je van je naam een twitteraccount maakt. Bijna niemand weet waar het woord hashtag vandaan komt, maar het klinkt wel "heel erg 2011". Met twitter kom je in een heel nieuwe wereld terecht.

Ik moet u iets bekennen: ik doe er niks mee. Ik heb nog geen tweet geschreven en ik heb er nog niet een gelezen, in elk geval niet op de manier waarop het hoort. De website van Twitter heb ik nog niet bezocht. Ik kom niet verder dan zo af en toe wat tweets achterop het ND. Bij het lezen van sommige van die berichten kan ik een gevoel van exhibitionisme niet van me afzetten. Ach, misschien ben ik er te ouderwets voor?

Deze houding ten opzichte van dit eigentijdse medium bezorgt docenten een achterstand. Je laat er een kans mee liggen om je leerlingen te bereiken. Nee, het gaat me er niet om dat we voortaan onze huiswerkopdrachten per tweet naar de leerlingen moeten sturen. Maar we missen mogelijkheden wanneer we ons niet zouden verdiepen in de moderne media waar onze jongeren zich van bedienen. Als je niet weet waar je het over hebt, dan heb je ook niet het recht om er iets van te vinden. Of om met ze in gesprek te gaan over de kansen en gevaren van de social media.

Bent u al met uw leerlingen in gesprek over twitter? Gebruikt u twitter in uw onderwijspraktijk? Onderhoudt u twittercontact met uw mentorleerlingen? Onderhoudt u een profiel op Hyves of Facebook? Ziet u alleen maar bedenkingen of ook kansen en voordelen? Ik ben eigenlijk wel benieuwd. Laat eens wat horen, gewoon via e-mail! Dan is er wat meer ruimte voor inhoud. Dit - voor mijn doen - korte stukje bestaat al uit bijna 1500 tekens: meer dan tien tweets, als ik het goed heb.

Huib van Leeuwen, 19 mei 2011

 

 9 mei 2011
profilering

De gereformeerde basisschool in Leek heeft een Daltonlicentie gekregen. Daarmee heeft de school gekozen voor een specifiek onderwijskundig profiel, namelijk een gedeelde verantwoordelijkheid voor het leerproces. In het Nederlands Dagblad van 4 mei 2011 werd deze profilering verder toegelicht.

Is het denkbaar dat een gereformeerde school kiest voor een speciale profilering? Bijvoorbeeld een technasium, of een cultuurschool? Voor een gereformeerde school zou dat een merkwaardige keuze zijn wanneer je daarmee een deel van de kinderen van de directe achterban niet meer zou kunnen bedienen. De school in Leek gaat ervan uit dat de Daltonkeuze geen belemmering hoeft te zijn om voor deze school te blijven kiezen. "We geven kinderen wel vrijheid, maar binnen grenzen. Zo bepalen wij de leerstof, maar de kinderen maken uit wanneer ze dat gaan doen. Hoewel ze medeverantwoordelijk zijn voor hun eigen leerproces, moet het werk wel afkomen." Zo wil de school recht doen aan de uniciteit van ieder kind en de eigen mogelijkheden van elk mens.

Ooit heb ik geschreven: "De gereformeerde school profileert zich op een heel andere manier (dan door onderwijskundige keuzes, HvL). Ouders kiezen voor die school, omdat ze willen dat het onderwijs op school naadloos aansluit bij de opvoeding die zij thuis proberen te geven. Daarom kan een leerling niet gemakkelijk geweigerd worden. Er bestaat immers voor de ouders geen goed alternatief." (zie pag. 13 van mijn boekje Een kostbaar bezit, in 1999 verschenen in de reeks Woord en wereld).

Intussen is in het basisonderwijs het adaptief onderwijs geïntroduceerd en hebben we in het voortgezet onderwijs het studiehuis leren kennen. Scholen zijn op zoek naar effectieve onderwijsmethoden, die allemaal hun goede en minder goede kanten bleken te hebben. We moeten het als gereformeerde scholen niet zoeken in een exclusieve keuze; niet onderwijskundig en niet in onderwijsaanbod. Tegelijk kun je inzichten van anderen prima inzetten om goed onderwijs te blijven bieden.

De echt onderscheidende profilering van een gereformeerde school moet naar mijn overtuiging direct passen bij het mensbeeld dat we leren van de Schepper Zelf: elk mens is uniek! Veel gereformeerde scholen hebben dat in hun missie staan. Het is de moeite waard om dáár echt werk van te maken. Dat noemen we dan bijvoorbeeld een talentenschool, of talentvol onderwijs. Daar krijgt elk kind de ruimte om z'n eigen talenten te ontdekken en te ontplooien, naast het werken aan een diploma.

 

22 april 2011
een lekkere kop
Het ND toonde een goed gevoel voor aandacht trekken met een ‘lekkere kop' boven een nieuwsbericht over homo's: Première ‘Homo naast God' in Guido de Brès (ND, 20-04-2011). Hiermee wordt een verband gesuggereerd dat volgens het bericht helemaal niet blijkt te bestaan, maar waarmee je wel lekker de aandacht trekt. Alsof dat het belangrijkste is bij het presenteren van nieuws.

Het kabinet vindt homo-emancipatie nog steeds een belangrijk punt van aandacht, vooral voor jongeren. Het gaat daarbij om acceptatie van homo's en lesbiennes; ze moeten zichzelf kunnen zijn. Het moet normaal zijn om uit de kast te komen, ook op het werk, op school, op de sportclub of in de zorg (ND, 09-04-2011). In Amerika wordt de verbinding tussen homoseksualiteit en onderwijs ook gelegd. Op de openbare scholen in Californië wordt kennis van de homogeschiedenis mogelijk verplicht gesteld. Dat kan helpen vooroordelen en pesten te voorkomen. Het wetsvoorstel laat de scholen overigens vrij in de manier waarop deze aandacht wordt ingevuld (ND, 16-04-2011).

Binnen 2 weken driemaal een krantenbericht waarin het onderwijs en homoseksualiteit aan elkaar verbonden worden. Het zijn berichtjes in de marge, van nog geen 150 woorden. Inhoudelijk staat er niet veel in, maar de suggestie is duidelijk: het thema homoseksualiteit is niet meer weg te denken uit het onderwijs. Hoe gaat het intussen met het project "Homo in de Klas" van GRIP en Contrario?

Er zijn twee versies van de lesbrief. De versie voor havo/vwo is herzien en wordt dit jaar weer in veel derde klassen van de gereformeerde scholengemeenschappen gebruikt. Dit jaar is er ook een versie voor de vmbo-leerlingen. De doelstelling is niet om jongeren te stimuleren om uit de kast te komen. De gastles, waarbij een homo of lesbo in de klas komt vertellen hoe zijn of haar middelbare schooltijd was, maakt veel indruk. Deze aanpak zet leerlingen aan het denken door evenwichtige beeldvorming. Inderdaad: om vooroordelen te voorkomen. En om iemand die daar zelf aan toe is, de ruimte te bieden om uit de kast te komen zonder beschouwd te worden als een buitenbeentje of bang te hoeven zijn voor pesterijen.

We blijven inzetten op de inhoud en niet op gemakkelijke publiciteit. Daar kun je namelijk meer last van hebben dan dat het je doelstellingen versterkt. In Amersfoort wordt een theatervoorstelling opgevoerd die met het onderwijs niets te maken heeft. Een direct verband met de lesbrief van GRIP of met de school Guido de Brès is er niet. Het gezelschap heeft slechts een lokaal van de school gehuurd om daar de voorstelling te geven. Een beetje flauwe kop dus in het ND.

14  april 2011
onderscheidend
GRIP maakt werk van ontmoeting en verbinding binnen het gereformeerd onderwijs. De laatste jaren hebben we daarnaast de nodige contacten buiten onze eigen richting. Studiedagen van GRIP trekken ook collega's van reformatorische en PC-scholen. Het levert vaak goede ontmoetingen op met mensen die ik herken als betrokken christenen. Ik vind dat inspirerend. En het stimuleert me om te formuleren wat mijn diepe drijfveren zijn. Je begrijpt elkaar al snel, vanwege de gedeelde achtergrond. Tegelijk probeer ik ook te zoeken naar de verschillen. Wat maakt nu dat ‘mijn' school gereformeerd is en die andere niet?

In het Nederlands Dagblad werd onlangs (24 maart 2011) aandacht besteed aan een lokaal probleem. De kern van dat probleem staat in dit zinnetje uit de krant: ".. voor een deel van de ouders uit de Gereformeerde Gemeente in De Valk-Wekerom is de school (een christelijke basisschool, HvL) te weinig reformatorisch". Er wordt daarom onderzocht wat de mogelijkheden zijn om een reformatorische basisschool te stichten. Dat roept reacties op, want die ene basisschool die er nu is heeft een behoudend karakter en is aangesloten bij de reformatorische scholenkoepel. Er is dus interne concurrentie. Waar wringt de reformatorische schoen?

Desgevraagd geeft een adviseur als analyse dat het te maken heeft met verbondsbeschouwing: "Ouders hebben er moeite mee als hun kinderen op grond van de doop worden gezien als schaapjes van de Goede Herder". Die formulering trof mij en het maakte voor mij glashelder waar de verschillen liggen. Het gaat over ‘het verbond' en ‘de doop'. Wij mogen onze kinderen beschouwen als opgenomen in het verbond dat God met de gelovigen heeft gesloten. Die overtuiging is het fundament voor een gereformeerde visie op onderwijs en opvoeding. Dat fundament is dus nog altijd typisch gereformeerd.

Mij trof nog een detail in het bericht van 24 maart. Er is een commissie gevormd die het initiatief voor een nieuwe school verder onderzoekt. Deze commissie is "gevormd vanuit de kerkenraad". Door de kerkgemeenschap wordt dus het initiatief genomen om tot schoolstichting te komen. Die situatie herkennen we uit de beginjaren van de gereformeerde scholen. In de vijftig jaren daarna is er wel wat veranderd; we zijn die directe lijn tussen kerk en school wat kwijtgeraakt. De gereformeerde scholen hebben een meer eigenstandig bestaan gekregen. Naar mijn overtuiging gaat dat prima samen: scholen die organisatorisch los staan van de kerken en die toch voluit gereformeerd zijn in hun visie op onderwijs en opvoeding.

30 maart 2011
Een berichtje in de krant, het ND van 23 maart 2011: "Verbod op scheppingsles in Engelse scholen". Het is u wellicht ontgaan; het bericht heeft een redelijk groot ‘ver-van-mijn-bed' gehalte. Toch trof het mij, om twee redenen.

De eerste reden ligt een paar weken verder in het verleden. Toen ontmoette ik een oud-leerling van me, die al een aantal jaar in Engeland woont. Hij vertelde dat ze daar bezig zijn om uit te zoeken welke mogelijkheden er zijn om eigen onderwijs te blijven geven. Er lijken kansen te zijn om daarvoor zelfs geld van de overheid te krijgen. Ze zijn nu aan het uitzoeken wat daarvoor komt kijken, en hoe je de eigen identiteit kunt bewaren. Het is echt zo'n school zoals wij ze hier vijftig jaar geleden hadden: scholen die gesticht waren door ouders en waar die ouders elke maand diep voor in de buidel tastten. Dat vonden ze belangrijk, want het was de enige manier om gereformeerd onderwijs aan je kind te laten geven. Door mijn ‘toevallige' ontmoeting met een oud-leerling realiseerde ik me weer hoe bijzonder het is dat we hier in Nederland gereformeerde scholen hebben die volledig door de overheid betaald worden. We hebben daar trouwens ook een forse prijs voor betaald. Want de positie van de ouders is heel anders geworden dan toen er nog geen subsidie werd gegeven. Ze zijn in het beste geval een betrokken ouder, vaker nog een kritische consument. Je zou onze Engelse broeders en zusters bijna adviseren om dat geld van de staat maar te laten voor wat het is.

Het bericht trok ook mijn aandacht vanwege de inhoud van het bericht. De Engelse vrije scholen "hebben een behoorlijke vrijheid in wat zij onderwijzen", meldt het krantenbericht. Ik herken daarin onze vrijheid van onderwijs. Er worden free schools opgericht "met een onderscheidend christelijke identiteit die elk aspect van het leven op school doordringt". Dat levert officiële bezwaren vanuit de Britse samenleving op. De mensen achter de vrije scholen geloven de Bijbel, inclusief het scheppingsverhaal. Dus (?) zijn ze sceptisch over wetenschappelijke aannames. Dat is zorgelijk, want straks komen deze leerlingen op de universiteit en daar kun je niet uit de voeten met die achterhaalde denkbeelden. Andere initiatiefnemers die een free school willen starten, maken duidelijk dat het niet gaat om een wereldvreemde school. Er wordt niet alleen aandacht besteed aan creationisme, maar ook aan evolutionisme. Dat lijkt me de goede aanpak. We zijn immers niet van de wereld, maar we staan er wel middenin. Een eigen school biedt daarbij de kans om de Bijbel duidelijk aan het Woord te laten.

Ik wens mijn broeders en zusters ‘aan de overkant' veel wijsheid in hun afwegingen. En ook: veel zegen op hun werk. Dat wens ik ons hier in Nederland ook toe, trouwens. Kinderen vertellen hoe de wereld in elkaar zit: dat is de kern van onderwijs. Dat is het mooiste vak dat er is, wat de kranten je ook willen doen geloven.